KUNSTENPLATFORM PLAN B

Interview: PLAN B over artistiek onderzoek in de niet-stedelijke ruimte

‘Het platteland is een enorm interessante omgeving om mee aan de slag te gaan’

De bezielers van Veldwerk over artistiek onderzoek in de niet-stedelijke ruimte

Etcetera #164, 01.06.2021, Simon Baetens

Wat betekent het om als kunstenaar de stedelijke context te verlaten en werk te maken in en over dorpen, bossen en snelwegen waar je niet vaak bij stilstaat? Hoe faciliteer je een proces van lange duur? En hoe kijken stedelingen naar ‘het platteland’ en omgekeerd? In het artistieke onderzoeksplatform Veldwerk van Kunstenplatform PLAN B kregen acht kunstenaars en collectieven een jaar lang de tijd en ruimte om hun praktijk te verdiepen in een lokale context. Simon Baetens ging in gesprek met organisatoren Leontien Allemeersch, Vincent Focquet en Ewoud Vermote.

VAN LOKAAL FESTIVAL NAAR KUNSTENPLATFORM

Aanvankelijk was Plan B een festival in het West-Vlaamse dorp Bekegem. Na vier jaar transformeerden jullie naar een platform voor artistieke projecten die ontwikkeld worden buiten de stedelijke context. Vanwaar die ommezwaai?

Leontien Allemeersch: ‘Plan B begon heel kleinschalig. Jonathan Bonny, Jane Coppin en ik waren de oorspronkelijke initiatiefnemers. We zijn alledrie afkomstig uit Bekegem, volgden in dezelfde periode een kunstopleiding, maar kenden elkaar niet. Dat is frappant, want Bekegem is een dorpje met maar een duizendtal inwoners. Omgekeerd merkten we ook dat de inwoners van Bekegem geen idee hadden van waar wij mee bezig waren in onze kunstopleidingen in de stad. Die paradoxale situatie vormde het uitgangspunt om een dialoog met ons geboortedorp aan te gaan door er een festival te organiseren.’ 

‘Van meet af aan was Plan B lokaal verankerd: we organiseerden residenties in het dorp, zochten gastgezinnen voor de kunstenaars en vormden parochiezalen en schuren om tot presentatieplekken voor beeldende kunst en performance. Al snel groeiden het team en het festival. Gaandeweg spraken we meer en meer over wat het precies betekent om in te zetten op het locatiespecifieke: welke artiesten komen beter tot hun recht in de context van een West-Vlaams dorp dan in een white cube of black box? Na vier jaar vast te houden aan het festivalformat, hadden we zin om het over een andere boeg te gooien.’ 

Ewoud Vermote: ‘Om je echt tot een context te verhouden, moet je kunnen falen, verdwalen op je pad en je terugtrekken om het proces in kaart te brengen. Voor ons werd dit meer en meer de kern van Plan B: residenties tijd en focus geven. Met Veldwerk nodigen we een overzienbaar aantal kunstenaars uit om een jaar lang onderzoek te doen zonder de druk om tot een eindresultaat te komen. Bovendien willen we die afgelegde trajecten ook delen met een publiek. We vinden het waardevol om mensen inkijk te bieden in een artistiek proces.’

Leontien: ‘We stelden vast dat er eigenlijk weinig organisaties bestaan die residenties buiten de stedelijke context faciliteren, hoewel er wel veel makers zijn met een praktijk die zich daartoe verhoudt. Daar zit een hiaat dat we met Veldwerk zichtbaar willen maken. Niet elk traject speelde zich per se buiten de stad af: Pim Cornelussen heeft bijvoorbeeld in Brugge gewerkt, maar stelt in zijn werk de idee van het ‘stedelijke landschap’ in vraag.’ 

Waar onder de wolken mensen dwergen zijn, Sidney Aelbrecht – Kunstenfestival PLAN B 2017 © Tim Theo Deceuninck

HET ONZICHTBARE ZICHTBAAR MAKEN

Met een jaarlijks festival bouw je een zekere zichtbaarheid op. Bij de trajecten van Veldwerk is dat veel minder evident: het soort werk dat daar wordt ontwikkeld, leent zich niet tot klassieke vormen van presentatie en communicatie. Hoe gaan jullie om met die beperkte zichtbaarheid?

Leontien: ‘Het onzichtbare zichtbaar maken is niet alleen voor de kunstenaars vaak een insteek, maar ook in ons reflectie- en communicatiewerk. Hoe laat je de ontwikkeling van een kunstenaar tot zijn recht komen zonder meteen resultaatgericht te denken? Het is een feit dat deze soort artistieke praktijken vaak onderbelicht zijn en daardoor het grote publiek niet bereiken.’ 

Ewoud: ‘Wel vinden er vaak lokaal collectieve uitwisselingen plaats tussen de makers en de bewoners. Inés Ballesteros en Michela Dal Brollo bijvoorbeeld hebben met hun project Stone Soup lokale ingrediënten verzameld in het Kempische dorp Noeveren, wat resulteerde in gezamenlijke eetmomenten. Pim Cornelussen zette een audiowandeling door Brugge op poten die doet nadenken over de invloed van de mens op zijn natuurlijke omgeving. Lokaal gebeurt er dus van alles. Voor wie dat allemaal wil volgen, is er onze website en nu ook de publicatie Veldwerk 2020-2021.’ 

HET ‘PLATTELAND’ VERSUS DE STAD

Riskeer je niet met elke vorm van publicatie het effect te krijgen van kunstenaars die op pad worden gestuurd om dan aan de stedelingen te komen laten zien hoe ‘het platteland’ eruitziet? 

Leontien: ‘Dat is een zeker een potentiële valkuil. Hoe kunnen we ons hoeden voor dat “ontdekkingsreizigersfetisjisme”?’

Ewoud: ‘Het is cruciaal om het platteland niet te beschouwen als een te ontwikkelen gebied. Wij hoeven als stedelingen niets “bij te brengen” aan die context. We zien het platteland gewoon als een enorm interessante omgeving om mee aan de slag te gaan.’

‘Het platteland wordt tegelijkertijd gezien als de voorhoede van hedendaagse omwentelingen en als een nostalgie naar vervlogen tijden’*, schrijven jullie in de publicatie. In hoeverre zijn dat soort opvattingen een constructie van stedelingen die tijdens een wandeling in een aangelegd park over ‘natuur’ spreken?  

Leontien: ‘Ik maakte deel uit van een Europees project over cultureel ondernemerschap en besefte toen hoe vreemd het is om als Belg over “the rural context” te spreken terwijl er Duitsers, Polen of Zweden zitten te luisteren. Voor hen heeft dat begrip een totaal andere inhoud.’

Vincent Focquet: ‘Het platteland is in een land als België zeker deels een constructie. Toch voelen we meteen dat het veel uitdagender is om een artistiek project uit te bouwen buiten de grenzen van een stad. De infrastructuur is er niet altijd, het is niet duidelijk bij wie je kunt aankloppen voor financiële steun. Bovendien zitten de bewoners van rurale gebieden ook niet altijd te wachten op onze artistieke ambities.’

‘Maite Vanhellemont keerde voor haar onderzoek terug naar het gastgezin waar ze in 2018 tijdens Plan B bij verbleef. Marijke en Noël, het koppel dat ze in Zoals mij gewoon is volgt, hebben meermaals uitspraken gedaan als: “Kunst, daar begrijp ik niks van, dat is niet wat in mijn leefwereld thuishoort”. Er zijn op dat vlak dus zeker een disconnectie en wederzijdse vooraannames, of die nu gegrond zijn of niet. We hebben gemerkt dat veel mensen denken dat hedendaagse kunst ergens ver weg in de stad gebeurt. Clichébeelden als naakte dansperformances passeren in zulke gesprekken vaak de revue.’ 

‘Ook op politiek vlak speelt dat idee van afstand een grote rol. “Brussel bestuurt ons maar weet niets over ons”: het klinkt als een dooddoener, maar zo’n uitspraak bevat ook waarheid. De stad wordt nog te vaak gezien als model voor de samenleving tout court. Dat gezegd zijnde ambieert Veldwerk geen sociologische studie te zijn.’

Communicating Vessels, Ciel Grommen & Maximiliaan Royakkers

OP TOURNEE VAN SCHUUR NAAR SCHUUR

Een belangrijk aandachtspunt in jullie praktijk is de relatie tussen een werk en de plek waar het wordt ontwikkeld. Hoe komen kunstenaars op een specifieke plek terecht? Zijn de locatie en het concept altijd onlosmakelijk verbonden? Hoe verloopt de dialoog tussen idee en plaats?

Leontien: ‘Die dialoog is tweeledig. Sommige voorstellen waren gelieerd aan een specifieke plek, voor andere zijn we samen op zoek gegaan naar een plek waar een onderzoek tot zijn recht zou kunnen komen. Bert Villa had bijvoorbeeld aanvankelijk eerder een methodiek voorgesteld om een omgeving in kaart te brengen zonder al een plek in gedachte te hebben. Max Pairon had dan weer een boom nodig en in Beerlegem was er een grote boom omgevallen, dus werd Beerlegem de locatie van zijn project.’ 

Vincent: ‘Vaak maakt de zoektocht naar de juiste plek deel uit van het onderzoek. Voorstellen waarvan we voelden dat ze eigenlijk overal konden worden toegepast en daardoor de context niet in vraag stelden, hebben we niet geselecteerd.’ 

Leontien: ‘Je kunt je snel laten verleiden door de black-boxlogica. “We maken iets in een schuur en dan op tournee naar andere schuren waar we hetzelfde concept herhalen.” Zoiets druist in tegen de kernwaarden van Veldwerk, het werken met “wat er al is”. Als de lokale context geen meerwaarde vormt voor het werk, geldt dat ook in de omgekeerde richting.’

SAMEN VIER SEIZOENEN MEEMAKEN

Een tweede pijler is tijd. Hoe vrijwaren en ondersteunen jullie de langdurige processen van de kunstenaars met wie jullie werken?

Ewoud: ‘We geven de kunstenaars veel vrijheid. Als iemand in die periode van een jaar twee weken heel geconcentreerd wil werken, dan moet dat kunnen, maar een langzaam proces heeft net zo goed een plaats binnen Veldwerk. Voor ons is het een oefening in flexibiliteit: in principe beantwoorden we elke vraag van een kunstenaar met “Ja, doen we!”. Jammer genoeg kunnen we de geïnvesteerde tijd van medewerkers en kunstenaars niet volwaardig vergoeden. Dat willen we in de toekomst absoluut proberen te vermijden.’

Vincent: ‘We zijn niet geneigd om de volgende Veldwerk-periode veel korter te maken dan een jaar. Als je van een kunstenaar vraagt om een band op te bouwen met een plek of streek, kun je gewoon niet verwachten dat die dat op twee weken even tussen andere projecten door voor elkaar krijgt. En dan hebben we het nog niet gehad over al het andere werk dat er voor een kunstenaar bij komt kijken: administratie, productie, reflectie, … Een jaar is snel gevuld. In het op een financieel duurzame manier ondersteunen van ook die componenten van een artistieke praktijk, ligt nog een grote uitdaging.’ 

Leontien: ‘Samen vier seizoenen doormaken is een intense en leerrijke ervaring. Met iemand in verbinding blijven betekent ook voor iedereen iets anders: met sommige makers gingen we een dag mee op pad, met anderen hingen we uren aan de telefoon, met nog een andere ontstond een briefwisseling.’ 

Vincent: ‘De focus verleggen van resultaat naar onderzoek vrijwaart ook tijd om te proberen, te falen, opnieuw te beginnen, afstand te nemen. Wanneer je niet naar een presentatie toewerkt, deel je je tijd anders in omdat je niet tegen de klok het werk aan het klaarstomen bent voor blikken van buitenaf.’

Stone Soup, Ines Ballesteros & Michela Dal Brollo

INVENTARISEREN ALS ARTISTIEKE PRAKTIJK

Veel van het werk dat in de publicatie wordt beschreven, gebruikt de wandeling als presentatievorm. Vaak gaat het om het in kaart brengen of zelfs inventariseren van de omgeving waarin we ons meestal verplaatsen als ontspanning, of om ons hoofd juist leeg te maken. Waar komt die honger naar oplijsten vandaan?

Ewoud: ‘“Veldwerk” betekent in de eerste plaats de omgeving onder de loep leggen en heel actief scannen wat er aanwezig is.’ 

Vincent: ‘Ik herken die neiging wel om een nieuwe plek te proberen doorgronden door ze in kaart te brengen. Dat zit natuurlijk ook vervat in de titel Veldwerk.’

Ewoud: ‘Als je verhuist doe je dat ook. Je gaat elk hoekje en randje schoonmaken, je brengt in kaart welke parken en winkels er in de buurt zijn en leert zo je je nieuwe leefsituatie kennen. Aan het begin van een artistiek proces vind ik dat een logische reflex.’

Vincent: ‘Het heeft ook veel met andersheid te maken: een mapping doe je meestal alleen wanneer je je in een nieuwe context begeeft of iets ervaart wat anders is dan wat je kent. Je eigen huis waar je al tien jaar woont, ga je niet snel in kaart brengen. Als ik bijvoorbeeld op citytrip ga, wil ik zo veel mogelijk gezien hebben en de metro kunnen nemen zonder op de kaart te moeten kijken. In Brussel, waar ik woon, heb ik geen idee hoe de metro in elkaar zit. Ten slotte denk ik dat mapping ook een poging is om met alleen zijn om te gaan door jezelf een taak te geven.’

Die malle Jan, Maix Pairon © Leontien Allemeersch

‘INSTANTANEOUS ARCHEOLOGY’

De voorbije jaren ontwikkelde zich een tendens om de praktijk of methodologie achter een kunstwerk te thematiseren, of om zelfs de grenzen tussen proces en resultaat volledig te laten vervagen. Hoe communiceer je een artistieke praktijk in haar geheel aan een publiek?

Vincent: ‘Veldwerk is in de kern een platform dat langdurige en locatiespecifieke residenties mogelijk maakt. De beweging om het onderzoek dat in die residenties ontstaat daarna ook als kunstwerk te tonen, interesseert ons veel minder. De meeste artiesten met wie we werken zien het proces binnen Veldwerk niet als een op zichzelf staand werk, maar wel als een ontwikkelingstraject of verdieping binnen hun bredere praktijk.’

Ewoud: ‘Wij kijken daar misschien anders naar, omdat we altijd de vraag stellen hoe we wat er gebeurt kunnen communiceren, hoe we mensen deel kunnen laten uitmaken van die ontwikkeling. We vragen niet aan de kunstenaars om hun proces als kunstwerk te bekijken.’

Leontien: ‘Neen, we vragen hen hoe ze hun proces deelbaar kunnen maken en denken daarin met hen mee.’ 

Dat is een dunne grens, niet? Zodra je iemand vraagt om iets deelbaar te maken, vraag je hun dan niet om te produceren?

Leontien: ‘Absoluut, en de vraag naar de beste communicatiestrategie is heel relevant, daar kunnen we nog grote stappen in zetten. Vaak zeiden de kunstenaars ook: “Ik heb niks om te delen.”’

Vincent: ‘Het voelt vreemd om kunstenaars op een traject te sturen en daar niet over te communiceren. Dat lijkt dan heel egoïstisch. Wat eigenlijk absurd is, want de vraag wie voor wie aan het werken is, komt daarin naar boven.’ 

Ewoud: ‘Wij proberen om de sporen die de makers achterlaten deelbaar te maken, eerder dan dat we verwachten dat zij dat zelf doen. Maar het is een terechte vraag waarom we naast die uiterst lokale gebeurtenissen toch ook een website willen vullen.’

Jullie zijn een soort van archeologen, maar dan zonder dat er tijd zit tussen de gebeurtenis en de vondst. 

Vincent: ‘Instantaneous archeology.’

Het is natuurlijk fijn als kunstenaar om goede documentatie van je werk te hebben. Is het internet echt de meest geschikte plek om die sporen te ontsluiten?

Vincent: ‘Dat is wel de plaats waar onze stedelijke kunstvrienden er de weg naar vinden, ja. Maar de lokale uitwisseling is natuurlijk veel waardevoller en laat zich niet zomaar in een blogpost samenvatten.’

--- 

Veldwerk 2020-2021 is een publicatie van Kunstenplatform PLAN B. Veldwerk is een project van Kunstenplatform PLAN B

Namen deel aan Veldwerk 2020-2021: Pim Cornelussen (NL), Inés Ballesteros & Michela Dal Brollo (ES/IT), Ciel Grommen & Maximiliaan Royakkers (BE), Max Pairon (BE), Sibran Sampers (BE), Maxime Vancoillie (BE), Maite Vanhellemont (NL) en Bert Villa (BE).

* Parafrasering van een citaat van architect Rem Koolhaas