Max Pairon

Het onderzoeksplan: Max Pairon

 

Dit interview is deel van een reeks interviews die gemaakt werden aan de start van PLAN B/Veldwerk, het collectief onderzoekstraject naar kunst buiten de stad van Kunstenplatform PLAN B. De interviews bieden een blik in de praktijk van de acht deelnemende kunstenaars en polsen naar de manier waarop ze aan hun onderzoeksproject beginnen. Op deze blog kan je ook de rest van hun traject volgen. Max Pairon (1988, BE) is een multidisciplinair kunstenaar en een van de drijvende krachten achter de sociale en artistieke werking de Koer in Gent. Die malle Jan is een onderzoeksproject waarin hij samen met de mensen die hij ontmoet wil kunnen stilstaan bij hoe wij als hedendaagse mensen omgaan met materiaal en transport.

 

Zowel het begin- als het eindpunt van dit project zijn gelinkt aan eenzelfde plek: de Koer. In deze sociale en artistieke werkplaats in Gent ben ik op dit moment samen met Leendert Van Accoleyen een werkplaats aan het bouwen. Toen we aan het nadenken waren hoe we daar een verdiep in zouden kunnen bouwen wierp Leendert plots het idee op om een boom te gebruiken als horizontale lastdrager. Dat idee liet me sinds dat moment niet meer los. Ik besliste om op zoek te gaan naar een geschikte boom. En bovendien speelde ik al snel met het idee om die boom ook eigenhandig te verplaatsen. Het zou een reden kunnen zijn om oude gebruiken te leren kennen en ervaringen en verhalen te delen.

Om aan een project te beginnen heb ik altijd een concrete trigger nodig. Van daaruit maak ik dan allerlei verbindingen. Ik keer dan ook heel vaak terug naar dat ene concrete vertrekpunt, om me er telkens opnieuw door te laten voeden. Misschien valt dit wel te vergelijken met dat wat gebeurt bij enten. Enten is een manier om bomen en planten te vermeerderen door een soort te laten verder groeien op een andere soort. In theorie zou je zo oneindig veel soorten kunnen combineren op eenzelfde stam, maar in de praktijk kan er veel mislopen. Alles hangt af van de omstandigheden. Op dezelfde manier kijk ik ook naar de verschillende samenwerkingen die ik aanga. Soms blijft het bij een klein idee, soms leidt het tot een hele nauwe samenwerking.

Op dit moment heb ik een boom in Beerlegem (een deelgemeente van Zwalm in Oost-Vlaanderen) op het oog. Hij ligt op het domein van het Kasteel van Beerlegem oftewel het Kasteel Ten Bieze waar de boom omviel door een storm. Ik schreef een brief naar de graaf en gravin in de hoop hen warm te maken voor het project. Ik zou graag een tijdje in de buurt kunnen verblijven, zodat ik de boom ter plekke zorgvuldig kan prepareren en op zoek kan gaan naar een methode om hem te vervoeren met de hulp die mij eventueel geboden wordt.

Die malle Jan is voor mij een verderzetting van een eerder werk dat ik samen met Wiebe Moerman maakte voor Bâtard Festival in Brussel. Met GOUDSOEKERS verplaatsten we in 2017 een grote goudklomp van De Beurs richting de Beursschouwburg zo’n honderd meter verderop. We wilden de link leggen tussen beide plekken: de trappen van de Beurs die nóg meer een chaotische tribune werd na de invoering van de autovrijezone op de Anspachlaan én de Beursschouwburg dat een geprogrammeerd podium, platform en tribune voorziet. Midden in de stad werd door deze simpele handeling letterlijk met hard labeur iets in beweging gezet. De kleine volksverhuizing die daardoor ontstond creëerde een interessante energie van binnen naar buiten naar binnen.

Waar GOUDSOEKERS in de stad vorm kreeg door de enthousiaste supporters en passanten van alle slag tijdens het verrollen van die goudklomp, ga ik dit moment tijdens Die malle Jan anders zoeken. Ik zal waarschijnlijk dichter komen bij de privésfeer van mensen en er zullen waarschijnlijk andere details op de voorgrond treden. Maar juist die wisselwerking tussen beide projecten wil ik heel graag ontdekken, afwegen en bespelen.

Dit beeld kreeg ik van een vriendin van mij, Amy Francescini, nadat we een gesprek hadden over dit project. Het is een beeld dat zij vond toen ze in het privé-boekarchief van de Oostenrijkse schrijver, architect en filosoof Rudolf Steiner rondneusde. In het bijschrift onder de kleine foto staat: “Six to seven-year olds moving heavy logs up and down the stairs using their situational intelligence”. Daarin zie ik de speelse eerste stappen voor Die malle Jan. Tegelijkertijd toont het een oefening die vaak terugkeert binnen mijn werk.


Lees hier meer over Die malle Jan van Max Pairon.
 

Notities